Vertrouwensbeginsel

Wie op goede gronden – bijvoorbeeld na een duidelijke toezegging – erop mag vertrouwen dat de overheid een bepaald besluit neemt, heeft daar ook recht op. Als bijvoorbeeld een vertegenwoordiger van een overheidsorgaan bij een leverancier de indruk heeft gewekt dat die leverancier een opdracht zal krijgen, en als deze leverancier in alle redelijkheid er op had kunnen vertrouwen dat de opdracht door zou gaan, dan kan het overheidsorgaan aan dit opgewekte vertrouwen worden gehouden, ook al beslist het overheidsorgaan uiteindelijk anders.