STAR-methodiek

Hulpmiddel om te toetsen of iemand voldoet aan de competenties. Ga uit van een voor de functie vereiste competentie en ‘toets’ die door middel van de volgende vragen: S = situatie, beschrijf een situatie die illustratief is voor deze competentie T = taak, wat was je opdracht of taak, wat moest je doen? A = actie, wat heb je gedaan, hoe heb je die situatie aangepakt? R = resultaat, wat was het effect; in hoeverre ‘bewijst’ dit je competentie? Tegenwoordig wordt ook wel een laatste letter toegevoegd aan het model:  T = transfer, hoe denk je deze competentie binnen de functie in te zetten?